werkwoordschema aanspoelen
– zwak werkwoord (geen klinkerverandering in de vt)
– in het hele werkwoord voor en geen medeklinker van ’t kofschip
de vijf persoonsvormen:
tegenwoordige tijd (tt):
- ik spoel aan
- hij spoelt aan
- wij spoelen aan
verleden tijd (vt):
- ik, hij spoelde aan
- wij spoelden aan
geen persoonsvorm
voltooid deelwoord:
- het is aangespoeld
daarvan afgeleid bijvoeglijk naamwoord:
- de aangespoelde orka
andere vormen:
- aanspoelend
- de aanspoelende brokstukken